« Terug

Veranderende wetgeving 2019

21 december

Het nieuwe jaar is in zicht en brengt een aantal wijzigingen met zich mee in de huidige wet- en regelgeving. Bijvoorbeeld op het gebied van zwangerschapsverlof, over- en meerwerk, transitievergoeding en vrijwilligersvergoeding. Een overzicht van de belangrijkste wijzigingen vindt u hier.

Het nieuwe jaar komt in zicht en dit brengt een aantal wijzigingen met zich mee in de huidige wet- en regelgeving. Hierna een kort overzicht van de relevantste wijzigingen.

  • Geboorteverlof: het huidige kraamverlof voor partners vervalt per 1 januari 2019. Daarvoor in de plaats komt het geboorteverlof. Dit verlof duurt één week (eenmaal de arbeidsduur per week) en wordt volledig doorbetaald. Het verlof mag direct na de geboorte worden opgenomen, maar ook in de vier weken erna. In 2020 worden de verlofrechter van partners verder verruimd; en komt een verlofmogelijkheid van vijf weken tegen betaling van 70% van het salaris. Deze laatste vorm van verlof wordt vergoed door UWV.

  • Adoptieverlof: de lengte van het verlof gaat van vier naar zes weken en wordt vergoed door UWV tot het maximumdagloon.

  • AOW-leeftijd: de AOW-gerechtigde leeftijd wordt verhoogd naar 66 jaar en vier maanden.

  • Minimumloon en jeugdloon: het wettelijk minimumloon stijgt per 1 januari 2019 naar € 1.615,80 per maand (372,90 per week en 74,58 per dag) bruto bij een volledig dienstverband. Vanaf 1 juli 2019 hebben werknemers vanaf 21 jaar (was: 22 jaar) recht op het volledige wettelijke minimumloon. Het minimumjeugdloon gaat komend jaar omhoog voor werknemers van 20, 19 en 18 jaar. Vanaf 1 juli hebben 20-jarigen recht op 80 procent van het wettelijk minimumloon (in 2018: 70 procent), 19-jarigen krijgen 60 procent (was: 55 procent) en 18-jarigen 50 procent (was: 47,5 procent). De tegemoetkoming verhoging minimumjeugdloon (jeugd-LIV) compenseert werkgevers voor de gestegen loonkosten.
  • Over- en meerwerk: vanaf 1 januari 2019 kan er niet altijd met een tijd-voor-tijd-regeling worden gewerkt. Bij werknemers die het minimumloon verdienen is waakzaamheid geboden. Vanaf 1 januari is het vereist dat er een afspraak in de cao staat en dat de werknemer instemt met het overwerk. In onze cao is een jaarurensystematiek van toepassing, zodat deze wijziging weinig effect lijkt te hebben. Wel dient er worden gekeken naar het aantal uren dat er per maand wordt gewerkt en welk salaris daar tegenover staat. Een medewerker dient minimaal het minimumloon per uur te verdienen.
    Een voorbeeld: je vraagt een werknemer van 21 jaar met een bruto uurloon van 10 euro om 5 uren over te werken. De normale arbeidsduur is 40 uur per week (met een loon van 400 euro per week). Bij 5 uren meerwerk is dan 45 uur per week gewerkt. Als we het loon van 400 euro delen door 45 (gewerkte uren) ontstaat een uurloon van omgerekend 8,88 euro bruto per uur. Dat ligt boven de het minimumloonbedrag van 7,93 euro bruto. In dit geval kunt u het meerwerk in tijd compenseren binnen de reguliere betaalperiode, omdat voor alle gewerkte uren minimaal het wettelijk minimumloon wordt betaald. Bij 6 uur overwerk lukt dat in dit voorbeeld niet meer, omdat het uurloon dan onder de norm zakt van het minimumloon.

  • Transitievergoeding: het maximale bedrag dat een werkgever aan transitievergoeding moet betalen stijgt naar € 81.000,- bruto.

  • Algemene bezoldigingmaximum WNT: het algemene bezoldigingsmaximum voor topfunctionarissen in de (semi)publieke sector stijgt naar € 194.000,- bruto.

  • Auto van de zaak: het verlaagde bijtellingspercentage van 4% voor volledig elektrische auto’s geldt alleen nog tot € 50.000,- van de catalogusprijs. Daarboven geldt hetzelfde tarief als voor niet elektrische auto, te weten 22% bijtelling.

  • Vrijwilligersvergoeding: vanaf 1 januari 2019 kunnen vrijwilligers een belastingvrije vergoeding krijgen van maximaal € 170 per maand of maximaal € 1.700 per jaar. Nu is deze vergoeding nog € 150 per maand of maximaal € 1.500 per jaar. Hieronder valt ook betaling in natura, zoals een voetbalshirt. Onkosten worden ook boven dit bedrag nog steeds vergoed, maar moeten worden aangetoond.

  • Zwangerschapsverklaring: vanaf 1 januari 2019 moet de zwangere zelf de zwangerschapsverklaring van de arts of verloskundige bewaren en niet meer de werkgever. Het UWV kan vervolgens bij de werkneemster een verzoek doen om te verklaring te mogen zien. De bewaarplicht verschuift daarmee van de werkgever naar de werknemer.

  • Vakantie-uitkering bij zwangerschapsverlof: de vakantie-uitkering over het zwangerschaps- en bevallingsverlof wordt met de uitkering betaald in plaats van in de maand mei.

« Terug

Scroll naar boven