Vakantie en Verlof

1. Vraag: Een werknemer is al acht maanden ziek. Hoe zit het met de opbouw van de vakantierechten?
Antwoord: Een werknemer die langer dan zes maanden ziek is bouwt over ten hoogste zes maanden vakantie-uren op. Hij krijgt die vakantierechten over de laatste zes maanden voor zijn herstel. De vakantierechten die de werknemer voor zijn ziekte heeft opgebouwd blijven bestaan. Indien een werknemer binnen een maand na zijn herstel opnieuw ziek wordt, worden de ziekteperiodes voor en na zijn herstel bij elkaar opgeteld. Voorbeeld: een werknemer is drie maanden ziek, herstelt en komt werken en wordt na drie weken weer ziek, nu voor vijf maanden. Dan geldt dit als acht maanden ziekte en houdt hij vakantierechten over de laatste zes maanden.
Zie ook BW, 635, lid 4
2. Vraag: In de CAO wordt gesproken bij het hoofdstuk verlof over extra vakantierecht bij een totaal arbeidsverleden van meer dan 20 jaar. Hoe dient deze regel geïnterpreteerd te worden? Bij deze werkgever of alle werkgevers tezamen? En hoe dient de werknemer dat aan te tonen?
Antwoord: Het gaat om het totale arbeidsverleden, dus bij alle voorgaande werkgevers tezamen (hoeft dus niet binnen de podiumsector te zijn), geteld vanaf 25 jaar. Als de werknemer tussentijds een paar jaar niet gewerkt heeft, tellen die jaren niet mee. Hoe dat aan te tonen? Dat staat er niet bij. Dus het ligt aan de werkgever hoe hij de bewijslast legt. Enige redelijkheid is wel vereist.
3. Vraag: krijgt een oproepkracht compensatie voor het werken op feestdagen?
Antwoord: Medewerkers met een arbeidsovereenkomst met een vast of gemiddelde arbeidsduur per week moeten per jaar een vastgesteld aantal uren werken. Neem het seizoen 2008-2009. Iemand werkt fulltime, volgens onze CAO werkt hij dan 1879,2 uur min 180 vakantie-uren min 50,4 feestdaguren (er vallen dit seizoen dus 7 feestdagen op een “doordeweekse dag”). Zie artikel 10a en de bijlage 6. De medewerker werkt nu op een feestdag, bijvoorbeeld tweede paasdag of hemelvaartsdag. Dan moet hij om aan zijn totaal uren te komen ergens een andere dag niet werken of 7,2 uur. Hier is dus gewoon sprake van het uitvoeren van de arbeidsovereenkomst. Het aantal te werken dagen wordt bepaald op basis van 52 weken van 36 uur + 1 dag en daar trekken we dan de vakantie-uren en de feestdagen van af. Dat laatste aantal uren wisselt per jaar omdat er steeds een ander aantal feestdagen op een doordeweekse dag vallen. Dat staat nog eens uitdrukkelijk in artikel 18, lid 8, laatste zin “Als je op een doordeweekse feestdag werkt krijg je die uren op een ander moment terug”. Hert gaat dan om de evenementgebonden functies omdat de mensen in andere functies gewoon vrij hebben die dag.
Een oproepkracht heeft een voorovereenkomst en die wordt gevraagd om op een feestdag 5 uur te komen werken. Hij komt die vijf uur werken en krijgt die vijf uur betaald. Beide werknemers krijgen dus betaald voor het aantal uren dat zij werken. Verder hebben zij beiden vakantieaanspraken. Er zijn natuurlijk wel verschillen omdat het om andersoortige contracten gaat. De oproepkracht kan bijvoorbeeld zeggen dat hij niet komt, als hij is ingeroosterd op tweede paasdag. Dat kan de medewerker met het “gewone” contract niet.
4. Vraag: maar hoe zit het dan met feestdagen in het weekend?
De feestdagen die genoemd worden in de CAO tekst zelf, staan omgerekend niet gelijk aan het aantal vakantiedagen/uren die genoemd staan in de bijlage achterin. Dit komt omdat er ook enkele feestdagen op een zondag, en soms op een zaterdag vallen. Deze vakantiedagen worden niet meegerekend voor de totale uren in bijlage 6, omdat hiermee onze werknemers dan dezelfde rechten hebben op feestdagen als de gemiddelde gewone werknemer die van maandag tot vrijdag werkt. Die hebben geluk als de kerstdagen op doordeweekse dagen vallen en pech als ze in het weekend vallen. Voor ons geldt hetzelfde principe als het gaat om de bepaling van het aantal te werken uren per jaar.
Dat deze vakantiedagen wel genoemd staan in de CAO, heeft te maken met het feit dat ze wel als officiele feestdag gelden en dus meetellen in de lijst voor de bepaling dat werknemers minimlaa 3 (van deze) feestdagen per jaar niet hoeven te werken.